Maine Coon

Geschiedenis
Dit oude kattenras uit Amerika kreeg de naam van Maine, een staat in het Noordoosten van de VS. Het tweede deel van de naam geeft aan dat men meende dat de kat ontstaan was uit een kruising van een raccoon en een huiskat. Een raccoon is een wasbeer en een kruising met een kat kan onmogelijk kittens opleveren.
Maine Coon katten waren in de tweede helft van de 19e eeuw erg populair. Daarna zakte de interesse af tot in de jaren vijftig een opleving plaatsvond. Het uiterlijk van deze kat geeft al wat aanwijzingen over de afstamming.

 
Uiterlijk
Het dier draagt namelijk kenmerken van zowel de Amerikaanse korthaar als van de Angora. Waarschijnlijk zullen er kruisingen hebben plaatsgevonden tussen, door immigranten meegenomen kortharen uit Europa, en Angora’s die later door zeelui waren meegebracht. Men meent dat deze katten verwilderd zijn en in New England op het platteland vrij rondzwerven.
De Maine Coon mist het gedrongen korte lichaam van de Perzische kat; de poten zijn van middelmatige lengte en de vachtharen zijn niet zo lang als die van een Pers.
Ofschoon het tamelijk grote katten zijn, met soms een gewicht van 10 kg, hebben ze toch fijne gezichtjes met hoge jukbeenderen, rechtopstaande en puntige oren met pluimpjes, ovale ogen en een matige lange neus zonder stop. Nek, lichaam en staart zijn lang.
Om op het platteland in de staat Maine de winter te kunnen overleven heeft de Maine Coon een ruige vacht ontwikkeld. Deze bestaat uit niet zulke lange haren als een Perzische kat maar is wel tamelijk dicht. Op de schouders is de vacht korter maar ze wordt via de ruggengraat tot aan de staart en via de zijde tot aan de buik langer.


De vacht
De staart is lang en vol en er is een volle kraag die aan de basis van de oren begint. De kat is makkelijk te verzorgen omdat er maar weinig ondervacht is. De Maine Coon kan voorkomen in een reeks vachtkleuren en patronen o.a. wit – zwart – blauw – crème – alle kleuren en types tabby - schilpad met wit – rood – blue/crème en bicolour.
De ogen mogen groen-, goud- of koperkleurig zijn en bij witte katten mag blauw of “odd-eye”ook. De oogkleur hoeft niet overeen te komen met de vachtkleur zoals bij andere variëteiten. Neusspiegels en teenkussens moeten wel bij de vachtkleur passen.


Karakter
Maine Coon katten zijn heel gezellige huisgenoten . Ze houden van gezelschap met mensen en andere dieren die in huis zijn. Onder elkaar heerst een rustige atmosfeer vol genegenheid.
Behalve het zachte gemiauw van deze (krachtige) katten, hoort men ook tsjirpen en knorrende tonen. Maine Coon’s zijn over het algemeen gek op water en spelen graag met water dat uit de kraan stroomt. Ook maken ze graag golfjes met het water in de drinkbak en liggen graag in de wasbak te slapen.
De Maine Coon is laat volwassen (variërend tot 4 jaar), blijft heel lang speels en zijn indrukwekkende verschijning is krachtig, robuust en gespierd.